Osteopathie
Osteopathie is een specialisatie die je kunt volgen na de opleiding fysiotherapie of geneeskunde. Het is de oudste vorm van manuele therapie, in de volksmond ook wel kraken genoemd. Osteopathie probeert door een zeer brede benaderingswijze iemands klachten te onderzoeken en te behandelen. Deze therapie integreert daarbij de klachten vanuit het bewegingsapparaat (spieren, pezen en botten), het orgaansysteem (de organen met omliggende bindweefselvliezen) en het craniosacraalsysteem.
Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met AdFontes praktijk voor osteopathie
Voor de geïnteresseerden volgt hieronder een uitgebreidere toelichting op de osteopathie.
De wisselwerking tussen structuur en functie
De kwaliteit van de structuur bepaalt de functie en de functie bepaalt de structuur. Voorbeeld; een rug met een kapotte structuur (bv hernia) geeft een verminderde functie van de rug, je kunt minder goed bewegen. Echter een verkeerd bewegingsgedrag (functie) geeft ook een achteruitgang van de structuren van de rug (bv de gevolgen van inactiviteit).
Het lichaam is een biologische eenheid
Alle structuren en alle functies zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Een probleem in ons lichaam zorgt niet alleen voor lokale veranderingen maar ook voor veranderingen “op afstand”. Zo geeft bijvoorbeeld een hartinfarct vaak een uitstralende klacht naar de linker schouder en bovenarm. Dit soort relaties worden gevormd door structuren als spieren, pezen, zenuwen, bloedvaten e.d. Een osteopaat is op de hoogte van veel van deze relaties en probeert te achterhalen welke structuur primair de klachten veroorzaakt.
Het lichaam bezit zelfregulerende mechanismen
Ons lichaam bezit de capaciteit om zichzelf te genezen. Hoe is het anders mogelijk dat een kneuzing na enkele weken geen belemmeringen meer oplevert, of een kleine brandwond na een zekere periode niet meer zichtbaar is. Soms is het echter zo dat een bepaalde structuur niet of vertraagd herstelt, er zijn dan belemmerende factoren voor herstel aanwezig. Belemmerende factoren voor herstel zouden kunnen bestaan uit bijvoorbeeld een mobiliteitsbeperking van een gewricht, spanning van spieren en verminderde doorbloeding. Ook stress is een vaak aanwezige bijkomende factor. De taak van de osteopaat is om te achterhalen welke belemmerende factoren voor herstel aanwezig zijn en deze zodanig te beïnvloeden zodat het natuurlijk herstel zijn werk kan doen.
Gebruikmakend van deze drie principes zal de osteopaat de patiënt benaderen vanuit de volgende drie invalshoeken
- Pariëtale systeem
- Viscerale systeem (orgaansysteem)
- Craniosacrale systeem
Het pariëtale systeem
Het pariëtale systeem is ons bewegingsapparaat, de spieren, pezen, botten en ligamenten, gewrichten e.d. Gedurende het onderzoek bepaalt de osteopaat of er sprake is van een bewegingsbeperking van deze structuren. Middels manuele technieken (vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld een manueel therapeut of chiropractor) zal de osteopaat proberen deze bewegingsbeperkingen op te lossen.
Het viscerale systeem
Het viscerale systeem is ons orgaansysteem. Ook hier vinden zeer veel bewegingen plaats. Denk bijvoorbeeld aan de peristaltiek van de darmen of de beweging van de nieren onder invloed van de ademhaling (4 cm per ademhaling, 600 meter per dag). Deze organen hangen in een netwerk van bindweefsel, een type weefsel dat vergelijkbaar is met het weefsel waar het kapsel van onze gewrichten van gemaakt is. Indien de mobiliteit van deze organen onvoldoende is (door bijvoorbeeld een operatie, infectie of andere oorzaak) kan er een projectie ontstaan op andere delen van het lichaam. Deze projectie van de organen naar andere locaties wordt met name gevormd door bindweefsel dat de spanning overbrengt naar een andere structuur of via neurologische wegen. Enkele voorbeelden hiervan zijn hierboven al genoemd; klachten in de linkerschouder bij een hartinfarct of rugklachten tijdens de menstruatie. De osteopaat onderzoekt middels verfijnde technieken of er sprake is van een dergelijke mobiliteitsbeperking en behandelt deze middels zeer zachte technieken.
Het craniosacrale syteem
Het craniosacraal systeem bestaat uit vliezen (membranen) en hersenruggenmergvloeistof (cerebrospinale vloeistof), die de hersenen en het ruggenmerg omgeven en beschermen. Deze vliezen strekken zich uit van de botten van de schedel, het aangezicht en de mond – het craniale deel – tot aan de botten van het bekken – het sacrale deel. Binnen het craniosacraal systeem neemt de hoeveelheid hersenruggenmergvloeistof via een ritmische productie regelmatig toe en af, waardoor drukverschillen ontstaan. Deze drukverschillen veroorzaken de ritmische beweging van het hersenvlies en daardoor de bewegingen van de schedelbeenderen. We noemen dit het craniosacraal ritme. Een ervaren therapeut kan dit ritme overal op het lichaam voelen. Het ritme geeft de therapeut informatie over het functioneren van het craniosacraal systeem. Als dit systeem goed functioneert, heeft het een positieve invloed op de ontwikkeling en de werking van de hersenen en zenuwen. Een storing binnen dit systeem kan tot een breed spectrum van symptomen leiden.